Tijd voor de conclusie

Een actiegroep opzetten is simpel genoeg, maar er een succes van maken en de doelstellingen behalen is een ander verhaal. De Contactgroep Eigenaren Asbestwoningen is een actiegroep, maar als je kijkt wat er nu echt bereikt is zijn de resultaten niet om over naar huis te schrijven.

Wat waren de doelstellingen?

We wilden duidelijk maken dat het asbestverwijderingsbesluit tekortkomingen vertoont, die speciaal voor de woningeigenaren verkeerd uitpakken, zoals het uitsluiten van gevels (ook voor subsidie, die bovendien veel te laag is om zinvol te zijn), de noodzaak van van regie bij de uitvoering en daaraan gekoppeld de noodzaak om groepen woningen in één keer aan te pakken, de veel te lage inschatting van de kosten voor particuliere woningen, de noodzakelijke beschikbaarheid van financiële hulp, enzovoort.

We probeerden aandacht voor deze punten te krijgen bij allerlei instanties: bij de Vereniging Eigen Huis, bij de media, bij diverse overheden, bij de Tweede Kamer. We moesten ervaren dat dit allemaal niet vanzelf gaat. Alleen een goed verhaal is niet voldoende. Het vraagt veel ervaring en een gesmeerde organisatie. Als je die niet hebt is het succes beperkt tot nihil.

Om onder de aandacht van de doelgroep (de woningeigenaren met een asbestdak) te komen is publiciteit nodig. Veel van de pogingen om publiciteit te krijgen liepen dood. Waar het wel lukte (bij de VEH, diverse kranten, Kassa) moesten we ervaren dat de journalisten en redacteuren hun eigen doelstelling hadden: een leuk verhaal. Daarbij was onze boodschap en wat wij graag wilden overbrengen van minder belang. Gevolg: de doelgroep kreeg een algemeen verhaal voorgeschoteld, waarbij het belang om zich bij ons aan te sluiten verborgen bleef. En dat had weer tot gevolg dat de omvang van onze achterban te klein bleef.

Plannen

We hadden allerlei plannen voor activiteiten. Bijvoorbeeld om in samenwerking met de sanerings- en dakdekkersbrache na te gaan of het mogelijk zou zijn om een vereenvoudigd offertetraject te ontwikkelen. Een website met een beperkt aantal vragen, waaruit dan een goede schatting van de kosten zou kunnen rollen. Voordeel: woningeigenaren krijgen meteen een beeld van de kosten en de sector zou zonder veel werk meteen een beeld krijgen van de interesse in bepaalde gebieden. We hadden namelijk zelf ervaren dat het krijgen van een offerte niet zo eenvoudig is. Op zich is dat begrijpelijk, want de administratieve last daarvan is aanzienlijk en als enkele honderdduizenden woningeigenaren elk een aantal bedrijven om een offerte vragen zijn die bedrijven waarschijnlijk alleen daarmee al tot 2024 bezig. Zo'n site zou dus ook in het belang van de sector zijn, lijkt me. Maar resultaat: nihil, we kwamen er niet doorheen. Het blijkt dat de sanerings- en dakdekkersbranche veel te versnipperd is en uit veel te veel kleine bedrijfjes bestaat om zoiets te kunnen opbouwen.

Niet getreurd, ook interessant leek ons een onderzoek om na te gaan in hoeverre de waarde van woningen met een asbestdak lijdt onder de aanwezigheid van asbest en hoe die prijsontwikkeling in de tijd is verlopen. Als die woningwaarde is achtergebleven mag je aannemen dat die zich weer herstelt na een sanering. Duidelijkheid daarover zou voor eigenaren een stimulans kunnen zijn om geld te steken in een sanering, omdat die uitgave zich weer (deels?) zou terugbetalen in een waardestijging van het huis. Drempels weghalen dus. Voorwaarde: een degelijk onderzoek met zoveel mogelijk 'harde' conclusies. We zochten daarvoor contact met de TU Delft en het CBS. Daar troffen we veel interesse, maar het liep weer vast door: geen geld.

We hadden via een proefproces willen nagaan in hoeverre het mogelijk is om evidente tekortkomingen in de regelgeving aan te vechten. Maar alleen al het onderzoek of er voor zoiets een haalbaar aanknopingspunt bestaat vraagt juridische expertise en dus: geld.

Toen het ministerie van I en M een Programmabureau inrichtte hebben wij geprobeerd om daarbij betrokken te zijn. Uiteindelijk werd een halfbakken constructie opgezet, die erop neerkwam dat wij er een beetje bijhingen. Ook dat heeft nauwelijks iets opgeleverd.

Waar draait het om?

Intussen hadden we als eigenaar van een asbestwoning eigen ervaringen opgedaan en contacten gelegd met andere probleemkernen, zoals Lelystad. Daaruit ontwikkelde zich een beeld van wat nodig zou zijn om de sanering van particuliere woningen op een goede manier te laten verlopen. Deze kennis zetten we op papier en stuurden dat naar diverse instanties, waaronder de Tweede Kamer. Het idee was: als je de problemen duidelijk schetst en daarbij een logische oplossing aangeeft dan zal men snel het licht zien en deze plannen warm onthalen. Zoals gezegd, dat valt tegen. De Tweede Kamer is een veelkoppig monster dat zich met allerlei zaken bezig houdt. Asbestproblemen is daar slechts één van en voor ingewikkelde verhalen van een willekeurige burger is daar geen belangstelling. Ik heb in al die tijd nauwelijks iets gemerkt van aandacht voor onze inbreng. Om daar door te dringen moet je waarschijnlijk een professionele lobbyist inhuren of een menigte op het Malieveld bijeenbrengen.

Toen het Kamerlid La├žin (SP) aangaf dat hij een hoorzitting over het onderwerp 'Asbestverwijdering' wilde organiseren leek ons dat een uitgelezen kans om onze stem te laten horen. Alleen: je kunt je daar niet voor aanmelden, je wordt uitgenodigd. Wat bleek: iedereen die ook maar in de verste verte iets met asbest te maken had was uitgenodigd, maar één groep niet: de woningeigenaren. Zelfs de Vereniging Eigen Huis ontbrak. Desalniettemin hebben wij op diverse manieren onze position paper (discussiestuk) ingezonden (aan de betreffende Kamerleden, en via de vertegenwoordiger van LTO, die wel uitgenodigd was). Helaas, in de gesprekken was er geen spoor van onze inbreng te ontdekken. Het ging overal over (vooral dat het zo goed gaat met de sanering), maar niet over de punten die voor ons woningeigenaren van belang zijn.

Vooral dit laatste gebeurtenis heeft me met mijn neus op de feiten gedrukt. Deze missie is mislukt. Zoals het nu gaat kunnen we niets betekenen voor onze doelgroep. Als zelfs onze eigen volks­vertegenwoordiging lak heeft aan de representant van zoveel burgers die met zulke grote problemen geconfronteerd worden, wat kan je dan nog?

Samenvatting

  1. Het is niet gelukt om een significant aantal inschrijvers bij de Contactgroep te trekken. Het aantal is blijven steken bij iets meer dan 500

  2. Het is niet gelukt om fondsen te verwerven om dingen op grotere schaal op te kunnen zetten (publiciteit, acties, bijeenkomsten, onderzoeken)

  3. het is niet gelukt om ons verhaal op de juiste manier in de media te krijgen

  4. Het is niet gelukt onze boodschap aan de politiek over te brengen. Dat geldt voor de Tweede Kamer en voor de ambtenaren op het ministerie van I en M.

  5. het is niet gelukt om in het Programmabureau een zinvolle rol te spelen

Het bovenstaande is een samenvatting van wat we (niet) bereikt hebben. Als het zo duidelijk is dat je inbreng dood valt doe je het niet goed, of men is niet geïnteresseerd, of allebei. Daarom heb ik de conclusie getrokken dat het zinloos is om verder aan dit dode paard te trekken.

Wat wordt het?

De CEAW en zijn website worden (nog) niet opgeheven, maar we gaan eerst eens nadenken over hoe nu verder. Mogelijk komt er een brainwave van buiten die ons weer zicht op resultaat geeft. Maar activiteiten ontplooien is er niet meer bij zolang duidelijk is dat succes er niet inzit.

Intussen hoeft niemand te vrezen dat ik nu met een depressie rondloop. Ik heb met volle inzet iets geprobeerd en het is niet geworden wat de bedoeling was. Jammer. Gelukkig zijn er nog zat andere activiteiten om tijd en aandacht aan te geven en voldoening uit te halen.

Wilt u reageren? Reacties zijn welkom.

Rob Ekkers