De risico's

Op 8 november woonde ik de Nationale Asbestconferentie1 2016 bij. Zoals het jaartal in de naam laat zien wordt dit congres elk jaar gehouden. Het is een bijeenkomst van allerlei mensen en organisaties die iets met asbest en asbestsanering van doen hebben. Ook dit jaar was er een breed samengesteld gezelschap aanwezig en werden vele prikkelende voordrachten gehouden.

Ik werd het meest getroffen door en paar voordrachten die de gevaren van asbest iets relativeerden. Dat is best een verfrissend geluid na al die jaren dat het asbestgevaar ons als een onzichtbare sluipmoordenaar is voorgehouden. Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit, stelde vast dat veel van de mensen, die in het verleden (toen het nog kon) in hun werk met grote hoeveelheden asbest in aanraking kwamen, nu tot de ongeveer 1000 slachtoffers behoren die jaarlijks aan asbestose overlijden. Daar is niets meer aan te doen. Maar het is verkeerd om deze getallen te hanteren om nu maatregelen, zoals de asbestdakensanering, te treffen. Alleen al door het afschaffen van asbest in de remsystemen van auto's is de gemiddelde blootstelling aan asbestvezels zoveel lager geworden dat de aantallen die nu nog besmet worden en daardoor tzt. een dodelijke ziekte zullen ontwikkelen in de orde van zo'n 10 gevallen per jaar bedragen. Dat is natuurlijk nog steeds ongewenst, maar je moet dit, volgens Helsloot, afzetten tegen de kosten die hiermee gemoeid zijn. De asbestdakensanering kost miljarden, en ook als je alleen kijkt naar de vooruitgeschoven kosten (omdat de daken toch ooit vervangen zullen moeten worden) kost het redden van een leven iets als €50 miljoen per jaar. Dan kun je dat geld beter gebruiken voor urgentere zaken, vindt Helsloot.

Een andere leerzame bijdrage kwam van drs. Links, milieugezondheidskundige/toxicoloog bij de GGD Gelderland. Zij legde uit dat een mens in zijn leven continue een geringe hoeveelheid asbestvezels opsnuift. Die zetten zich vast in de longen en die raak je nooit meer kwijt. Een berekening gaf aan dat dat oploopt op een kleine 30 miljoen vezeltjes en die hoeveelheid leidt dus tot een kleine kans op een aandoening, die dus die ca. 10 personen per jaar doet overlijden. Dat maakt meteen gehakt van die demagogen die beweren dat je al van één asbestvezeltje kanker kunt krijgen. Zeker, dat kan, maar als 30 miljoen vezels p.p. 10 op de 17 miljoen Nederlanders per jaar ziek kunnen maken, heb je voor 1 vezel die 1 slachtoffer moet maken dus 50.000.000.000.000 mensen nodig (17 miljoen x 30 miljoen / 10). Dat is bijna 10.000 maal zoveel mensen als op deze aarde rondlopen. (Graag commentaar van diegenen die het oneens zijn met deze berekening)

Een hevige, maar kortstondige blootstelling aan een hoge asbestconcentratie, zoals bijvoorbeeld bij een brand optreedt, kan leiden tot een extra dosis van 100.000 vezels. Het is duidelijk dat dat op die 30 miljoen niet veel uitmaakt.

Daarmee is ook het echte gevaar in dergelijke omstandigheden in kaart gebracht en komen we bij burgemeester Bruinooge van Alkmaar, die bij een brand in zijn stad, waarbij asbest vrij kwam, niet besloot tot gedwongen ontruiming, maar dat aan de mensen zelf overliet. Gevolg: iedereen bleef thuis en er werd een hoop geld bespaard en onrust voorkomen.

Dit alles onderschrijft de stelling dat een realistische aanpak geboden is. Moeten we er daarom naar streven de asbestdaken-sanering, die nu in de steigers staat, te stoppen? Dat is misschien te snel geoordeeld. Wel kan het gewenst zijn de aanpak te faseren, ook al vanwege de beperkte mogelijkheden van de saneringssector. In de wandelgangen van het congres hoorden we van alle kanten dat 2024 niet gehaald zal worden. De huidige inspanning zou moeten verviervoudigen om dat te halen. Daartoe lijkt de sector niet in staat.

Rob Ekkers


1 http://www.bouw-instituut.nl/bouw/nationale-asbest-conferentie/