Het Actieprogramma Asbestversnelling

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mevrouw Dijksma, heeft in een brief aan de Tweede Kamer haar opvattingen over de voortgang van de aanpak van de asbestdaken-sanering gegeven.

We wisten dat deze brief eraan zat te komen (hij was al in juni aangekondigd), maar eerlijk gezegd had ik er meer van verwacht. In de brief wordt nog steeds de loftrompet gestoken over de subsidieregeling, waarvan woningeigenaren allang weten dat het een druppel op de gloeiende plaat is, die een fractie van de te betalen BTW bedraagt.

De staatssecretaris wordt bijgestaan door een Programmabureau Asbestversnelling (website: asbestversnelling.nl), dat het bij haar brief gevoegde Actieprogramma Asbestversnelling heeft opgesteld. Op pagina 1 daarvan staat het uitgangspunt:

Het gaat in de programmalijnen rond vraag en aanbod in ieder geval over het creëren van meerwaarde bij de vervanging van het asbestdak, het begeleiden en ontzorgen van (niet-deskundige) dak-eigenaren, het organiseren van schaalgrootte in de aanpak, het faciliteren en stimuleren van aantrekkelijke financieringsopties en het ontwikkelen van verwerkingsopties.

Kort samengevat bevat het Actieprogramma vooral voornemens en plannen die nog moeten worden uitgewerkt. Op zichzelf zijn die plannen niet verkeerd, maar het zijn allemaal zaken die nog behoorlijk wat tijd zullen vergen voor ze uitgewerkt zijn en beschikbaar komen:

  • Bewustzijn vergroten bij dak-eigenaren en overheden die boodschapper moeten zijn (vraag);

  • Slimme, efficiënte en effectieve aanpak ontwikkelen (aanbod);

  • Het financieringsprobleem voor (deel van de) eigenaren oplossen (geld).

    (uit blz. 1 van het actieprogramma)

    Een greep uit het actieprogramma

  • Op blz. 6 wordt gesproken van 'quick wins', waarbij gedoeld wordt op de mogelijkheid om in bepaalde gevallen voor de sanering in een andere (lagere?) risicoklasse terecht te komen. Dat is aan TNO gevraagd en kan betekenen dat de sanering niet door een gespecialiseerd bedrijf behoeft te worden gedaan, maar door de dakdekker zelf. Dat kan inderdaad flink kosten besparen, maar wanneer, voor wie en onder welke omstandigheden dit traject beschikbaar komt is nog volstrekt onduidelijk.

  • Op diverse plaatsen in het document wordt beloofd financiering te regelen voor wie het nodig heeft. In 2017 worden daartoe financiële partijen (SVn, Groenfonds, banken en verzekerings­maatschappijen) bijeen geroepen om ideeën te genereren voor bekostiging en financiering (blz. 7).

  • Eveneens in 2017 zal worden nagegaan of voorbeeldprojecten of proeftuinen kunnen worden opgestart (blz. 9).

  • Het is de bedoeling de ontwikkeling en ondersteuning van meer asbestcollectieven te bevorderen, waarbij gedacht wordt aan particulieren en instellingen (blz. 9).

Vaagheid troef

Alles bij elkaar is het allemaal nog behoorlijk vaag. Er zit voor ons woningeigenaren werkelijk niets in dat ons stimuleert om nu snel de sanering ter hand te nemen. Integendeel, alle veelbelovende plannen die worden opgesomd moeten nog worden uitgewerkt. Dus is het voor ons verstandig om dit allemaal maar eens af te wachten, om mogelijke toekomstige voordelen en faciliteiten niet mis te lopen. Voor een initiatief dat de bedoeling heeft om versnelling te organiseren is dit weinig doortastend. Had er nu echt niet alvast iets concreets in kunnen staan? Bijvoorbeeld verlaging van de BTW? Het is toch een voorbeeld van de verkokering in Den Haag dat het ene ministerie trots wijst op de schamele subsidie, die het beschikbaar stelt, terwijl het andere ministerie het tienvoudige aan omzetbelasting incasseert op dezelfde transactie. Naar verluidt stevent de schatkist vanaf 2017 op een overschot af. Je zou bijna denken dat het aan de asbestsanering te danken is.

Wat ontbreekt?

Een belangrijke omissie is dat niet wordt ingegaan op de rol die de gemeenten zouden moeten spelen. Er zijn diverse gemeenten die zich daarvan bewust zijn, maar het overgrote deel weet nog van niets. Van alle kanten hoor ik van burgers die bij hun gemeente aankloppen en daar op louter onbegrip stuiten. Veel gemeenten hebben zelfs geen idee waar zich de asbestdaken in hun gemeente bevinden. En als ze al over asbestdaken nadenken dan is het om de woningeigenaren te vertellen dat het hun probleem is, en dat ze er pas na 2024 mee te maken krijgen, wanneer er gehandhaafd moet gaan worden. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft nog niet blijk gegeven van de behoefte gemeenschappelijk beleid voor haar leden te ontwikkelen.

Gemeenten kunnen goed werk verrichten door hun ingezetenen te informeren en ze op de consequenties van het asbestverwijderingsbesluit te wijzen, te helpen met het aanbieden van financieringen en bouwkundige- en projectadviezen. Precies de dingen die het Projectbureau wil ontwikkelen. Schakel daar dan de gemeenten bij in.

Zo staat de zaak met dit beleid voorlopig stil. Of dit nu de bedoeling is?

Rob Ekkers