Eerst duidelijkheid

 
Rob Ekkers tijdens de deskundigenbijeenkomst in de Eerste Kamer
 

Nu de Eerste Kamer de asbestdakenwet heeft afgewezen is een onduidelijke situatie ontstaan. Zullen asbestdaken nu wel of niet verboden worden? De staatssecretaris heeft aangekondigd dat ze zich beraadt en de Tweede Kamer heeft verontwaardigd op het mislukken gereageerd. Want hoe kan het dat de Tweede Kamer het wetsvoorstel met bijna algemene stemmen omarmt en de Eerste Kamer het verwerpt?

Misschien ligt het aan de verwarring die inmiddels heerst. Over de vraag 'hoe schadelijk zijn de asbestdaken' en 'hoeveel gezondheidsrisico's zijn er bij de verwijdering van de daken' is in toenemende mate discussie ontstaan. De Eerste Kamer is daar niet ongevoelig voor gebleken en heeft het wetsvoorstel voorlopig afgewezen.

De opvattingen liggen dan ook extreem ver uit elkaar. Het ministerie benadrukt de mening van de Gezondheidsraad, dat asbestdaken momenteel de grootste bron van asbest­verspreiding zijn. Diverse partijen, waarvan de SP de luidruchtigste, stellen dat elk jaar duizend(en) mensen overlijden aan asbestgerelateerde ziekten.

Daartegenover stellen TNO en Crisislab dat de dichtheid van asbestvezels in de lucht in de buurt van het verwaarloosbaar risico ligt en de GGD dat de kans op een sterfgeval ten gevolge van asbestbesmetting in deze tijd ligt in de orde van 1 op 1 miljoen. Een recent RIVM-rapport geeft ook aan dat de piek in asbestgerelateerde sterfgevallen achter ons ligt.

Waar komen deze grote verschillen vandaan? We moeten ons realiseren dat de tijd tussen een asbestbesmetting en de ontwikkeling van een ziekte als gevolg daarvan tientallen jaren bedraagt. De slachtoffers die nu vallen hebben hun besmetting dus tientallen jaren geleden opgedaan. Voor het overgrote deel vòòr 1993 (toen het asbestverbod inging) in beroepssituaties. Verder moeten we ons realiseren dat er verschillen bestaan in de agressiviteit van de verschillende soorten asbest en de manier van verwerken. In de scheepsbouw werd de extreem gevaarlijke blauwe en bruine (amfibool) asbest veel gebruikt, en ook nog eens in losse vorm (spuitasbest). In dakmateriaal zit voornamelijk het minder gevaarlijke witte asbest (chrysotiel) in hechtgebonden vorm.

Maar waar draait het echt om?

Bij het beoordelen van de zin van een algemeen asbestdakenverbod zijn bovenstaande gegevens maar beperkt nuttig. De vraag waar het om draait is: vermindert het aantal asbestgerelateerde sterfgevallen als gevolg van het verwijderen van asbestdaken, en zo ja, hoeveel? Anders gesteld: hoeveel mensen zullen in de toekomst overlijden als gevolg van de asbestdaken, als we ze laten zitten? Pas als dit gegeven bekend is valt vast te stellen in hoeverre de gigantische bedragen, die met het verwijderen van asbestdaken gemoeid zijn, goed besteed zijn. Daarbij zou het ook nuttig zijn om te weten of de diverse voorkomens van asbestdaken, in de agrarische sector (boerenschuren) of in stadswijken (woningen), wel over één kam geschoren mogen worden. Op boerenschuren ligt het grootste oppervlak aan asbestdaken (nog 80 miljoen m²) maar in stadswijken wonen de meeste mensen in en rond huizen met asbestdaken.

Over deze vragen ging het, merkwaardig genoeg, nooit in de asbestdiscussie. Men had alleen oog voor het eigen standpunt en hield er koppig aan vast. Logisch dat de huiseigenaren, die voor de kosten moeten opdraaien, deze vraag nu opwerpen. Het lijkt dan ook verstandig om de verplichting om asbestdaken te saneren van het antwoord af te laten hangen. Als de 'winst' verwaarloosbaar blijkt te zijn kan dát niet langer de drijfveer achter een algemeen asbestdakverbod zijn, een andere conclusie lijkt niet mogelijk. Daarom moet de overheid zo snel mogelijk een onderzoek naar het antwoord op deze vraag starten en pas daarna beslissen of ze vasthoudt aan haar voornemen.

Handreiking in plaats van handhaving

Ondertussen is er natuurlijk niets tegen om de asbestdaksaneringen door te laten gaan, en deze ruimhartig te faciliteren. Maar nu op vrijwillige basis. Er zijn, los van de gezondheidsaspecten, meer redenen om van de asbestdaken af te willen: de woningen lijden aan waardevermindering en ze zijn in toenemende mate onverzekerbaar omdat verzekeraars de kosten van opruimen van asbestvezels bij een calamiteit niet langer willen dragen. Als hiervoor de juiste condities worden geschapen kan de sanering gewoon doorgaan, zonder wet. Alles hangt dan af van de condities: de financiële mogelijkheden, soepeler sanerings­procedures, combinatie met energiebesparing en de hulp van overheidswege bij dergelijke projecten. Laten we gaan voor handreiking in plaats van handhaving!

Rob Ekkers