Conclusie

In de vorige teksten hebben we gezien dat met de asbestsanering van het particuliere huizenbezit enorme bedragen gemoeid zijn, letterlijk miljarden. Ook dat de wetgever, geïnformeerd door adviesbureau Ecorys, van volkomen verkeerde getallen is uitgegaan. En ook dat de overheid fiks verdient aan de operatie, juist van de particulieren, die immers de BTW niet kunnen aftrekken. Dat biedt ruimte om de particuliere woningbezitters tegemoet te komen, zou je zeggen.

Die tegemoetkoming zou gevonden kunnen worden in een speciaal BTW-tarief voor particulieren (bv. het onlangs opgeheven 6% tarief zou voor deze woning­verbetering nieuw leven ingeblazen kunnen worden). Verder het ruimhartig openstellen van gunstige financieringsmogelijkheden, zoals onder Financiering beschreven. Een speciale regeling voor sanering van particuliere woningen, via een kanaal dat door de gemeenten wordt beheerd, en waarbij aflossingsvrije leningen worden verstrekt tegen een lage rente met als verplichting aflossing bij de verkoop van het huis. Een rol voor de overheid (gemeente) lijkt hier gewenst, omdat de gewone banken waarschijnlijk niet tot een dergelijke creativiteit in staat zijn. Er is ook een voordeel voor de gemeentes: de WOZ-waarde van de betrokken woningen stijgt, dus meer inkomsten, en de sanering verloopt door de overzienbare kosten gesmeerd, wat veel gedoe met handhaving tegen 2024 voorkomt.

Deze aanpak zou ook een uitkomst zijn voor eigenaren van een woning die 'onder water staat'. Zij hebben geen kans een gewone bankhypotheek te krijgen, en kunnen daardoor de sanering niet betalen die hun woning geheel of gedeeltelijk boven water zou halen! Zo'n tegenstrijdigheid zou de overheid moeten willen oplossen.

Natuurlijk staat het iedereen vrij om zelfstandig financiering te vinden, maar de beschikbaarheid van een dergelijk vangnet lijkt essentieel om ook de financieel meest beperkte woningeigenaar tot medewerking te bewegen. En dat is essentieel om de sanering efficiënt aan te kunnen pakken. Niet hier eens een huis, en dan daar weer een, maar systematisch, per blok, in één glad verlopende operatie. Dat is de geïntegreerde aanpak.

Niet onbelangrijk is nog de woningverbetering, die kan plaatsvinden door het aanbrengen van isolatie en zonnepanelen. Onbegrijpelijk dat daar alleen aan wordt gedacht bij bedrijfspanden.

De rol van de gemeentes

Het blijkt dat in de saneringsoperatie de gemeentes een belangrijke rol hebben. In de wettekst komen ze alleen voor als handhavers, als na 2024 blijkt dat er weerspannigen zijn die met machtsmiddelen tot activiteit moeten worden gebracht.

Zo'n rol is contraproductief. Gemeenten zouden actief moeten werken aan het overtuigen van woningeigenaren om gezamenlijk tot sanering over te gaan. Ze kunnen dat doen door stimuleren en faciliteren. In het voorgaande is aangetoond dat de gemeente een belangrijke faciliterende rol kan spelen: op het gebied de financiering, maar ook met het bevorderen van zijn eigen milieudoelstellingen - energiebesparing en energie­opwekking. De daarvoor beschikbare fondsen kunnen worden samengevoegd met de saneringsfinanciering. Zo kunnen we komen tot een echt geïntegreerde aanpak, waarbij bewoners én gemeente winnaar zijn!

En als de gemeente weinig interesse toont om een actieve rol te spelen is het een goed idee om ze te herinneren aan hun rol bij de bouw van de huizen, destijds. Wat had toen bekend kunnen zijn over de gevaren van asbest? Wat hebben ze gedaan om die potentiële tijdbom te voorkomen? Als dat niets is hebben ze ook een (morele) verantwoordelijkheid voor de oplossing van het probleem, naast de woningeigenaren. En niet tegenover hen.