Schadeloosstelling i.p.v. btw-boete

 
Leo Enthoven

Leo Enthoven en zijn vrouw zijn eigenaren van een huis, bouwjaar 1980, met 116 m² dakleien die 10% - 15% chrysotiel ’wit’ asbest bevatten; begrote vervan­gings­kosten: €27.260,--

zie: www.asbestleivrij.nl

 

Op 16 oktober 2018 is ons huis binnen luttele minuten €27.260,-- in waarde gedaald zonder dat er ook maar iets aan veranderde. Je zou kunnen zeggen dat dat bedrag meevalt. De Contactgroep Eigenaren Asbestwoningen (CEAW) kent voorbeelden oplopend tot €52.000,-- voor een gewoon woonhuis. Bij voormalige boerderijen kan het in de tonnen lopen. Vele tienduizenden huiseigenaren treft een vergelijkbaar lot.

Al die huiseigenaren hebben één ding gemeen. Hun woning heeft een dak van asbesthoudend materiaal zoals golfplaten of leien. Op die oktoberdinsdag in 2018 stemden 147 leden van de Tweede Kamer vóór wetsvoorstel 34675, en drie tegen. Het gaat om een aanpassing van de ’Wet milieubeheer’ die het de regering mogelijk maakt met een algemene maatregel van bestuur bepaalde asbesttoepassingen te verbieden. Daken van asbesthoudend materiaal bijvoorbeeld. Het Rijk vindt die een gevaar voor de volksgezondheid. Op die dag kregen alle huizen met asbestdaken door kabinet en volksvertegenwoordiging virtuele stickers opgeplakt met GEVAAR, BESMET, ASBEST. Elke makelaar en elke potentiële koper begon na die dag eerst over de kosten van een nieuw dak – met dank aan de regering.

Pandeigenaren krijgen tot 1 januari 2025 de tijd hun daken te vervangen. Wij dus om €27.260,-- bij elkaar te krijgen; een ander €52.000,--; of welk duizelingwekkend bedrag dan ook dat door een saneringsbedrijf is begroot.

Een wetsvoorstel door de Tweede Kamer loodsen is één ding – dat is de verantwoordelijk staatssecretaris Stientje van Veldhoven-van der Meer bij dit dossier glansrijk gelukt. Het scheppen van de juiste omstandigheden en het creëren van draagvlak om een nieuwe wet op een voor betrokkenen aanvaardbare manier uit te voeren is iets heel anders. Bij deze asbestdakenwet schieten de staatssecretaris en haar kabinetscollega’s hopeloos tekort.

Het kabinet heeft kartelvorming door de asbestsaneringsbranche met schaamteloze prijsopdrijving als gevolg niet verhinderd. Sterker, is er in meegegaan. De staatssecretaris heeft Het Probleem – dat is het voor veel pandeigenaren, een probleem met hoofdletters – over de schutting gekieperd met de boodschap ’zoek het zelf verder maar uit’. Eigenaren missen de vaardigheden en de kennis om een technisch ingewikkeld probleem als vervanging van asbestdaken uit te zoeken en op te lossen. Sturing ontbrak en ontbreekt. Het Rijk heeft nagelaten gemeenten een heldere regierol toe te kennen. De CEAW heeft hier meermaals op gewezen.

Naast kartelvorming en proces-chaos speelt een derde negatieve factor een cruciale rol: de enorme kosten die pandeigenaren gedwongen worden te maken. Bij tienduizenden eigenaren gaat het om tienduizenden euro’s per woning. Het is onrechtvaardig dat de regering huiseigenaren hier exclusief voor laat opdraaien.

In een nota1 aan de Eerste Kamer stelde staatssecretaris van Veldhoven: ,,Het naar voren halen van de kosten is het enige nadeel dat voortvloeit uit het verbod. Om de financiële gevolgen daarvan op te vangen, hebben de eigenaren tot en met 31 december 2024 de tijd.’’ Met zo’n opmerking eigent zij zich het recht toe te beslissen wat huiseigenaren de komende jaren met hun (spaar)centen moeten doen. Haar houding is illustratief voor het dedain waarmee bewindspersonen en ambtenarij in toenemende mate burgers bejegenen.

Haar stelling is in nóg een opzicht een kul redenering. Veel daken verkeren technisch in uitstekende staat en kunnen nog twintig, dertig jaar mee. ’Het naar voren halen van de kosten’ is om die reden volstrekt onnodig. Als de regering haar eis reëel vindt, is het ook reëel dat zij meebetaalt.

Maar eerst de principiële vraag wie verantwoordelijk is voor de kosten die het gevolg zijn van een verbod op asbestdaken. Analoog aan het gezegde ’de vervuiler betaalt’ luidt mijn variant: ’de veroorzaker betaalt’. De overheid dus.

Vóór de Tweede Wereldoorlog verschenen de eerste publicaties over de gevaren van asbest. In de kwart eeuw ná WOII stapelden de bewijzen zich op alarmerende wijze op. Ondanks scherpe waarschuwingen van deskundigen en adviesbureaus als TNO verzuimde onze regering keer op keer een asbestverbod in te stellen. Dramatisch was de situatie in 1976. TNO had becijferd dat het uitblijven van een asbestverbod elk jaar honderd extra doden tot gevolg zou hebben. De regering besloot tot een asbestverbod maar zwichtte op het laatste moment voor de asbestlobby. Het verbod kwam er toch niet.

Als dat er toen wél was gekomen, waren op duizenden nieuwbouwhuizen géén asbesthoudende dakmaterialen gebruikt. Die daken zijn te goeder trouw gelegd. De overheid heeft dus eerst asbest toegelaten, komt vervolgens met een verbod, en laat de burger eenzijdig opdraaien voor de kosten. Daarmee ontloopt het Rijk zijn verantwoordelijkheid. De Raad van State heeft hier nadrukkelijk op gewezen en gepleit voor "een compensatieregeling voor getroffen eigenaren"². In een radio-interview³ liet de voorzitter van de Eerste Kamer zich in vergelijkbare woorden uit.

Het potentiële gevaar van asbest bestrijd ik niet. Maar dat dat beetje chrysotiel in óns asbestdak gevaar oplevert, is nooit bewezen. Sommige deskundigen, onder wie saneerders, hebben er hun schouders over opgehaald. De staatssecretaris wenst ons dak niet te onderzoeken. Ze schreef de Tweede Kamer4: ,,Per gebouw vaststellen dat een asbestdak een risico vormt, is niet uitvoerbaar in de praktijk en stelt bevoegd gezag voor hoge kosten’’. Het gevolg is dat zij alle daken over één kam scheert en de door haar verfoeide ’hoge kosten’ doodleuk op het bord van de eigenaren legt zónder enige vorm van compensatie of tegemoetkoming.

In dezelfde nota4 schreef zij: ,,Het vaststellen van een eenduidige en op onderzoek gebaseerde datum waarop alle asbestdaken verwijderd moeten zijn, geeft de gewenste duidelijkheid aan eigenaren en bevoegd gezag en zorgt voor gelijke voorwaarden binnen Nederland voor eigenaren van asbestdaken’’. (mijn cursivering, L.E.)

Niets is minder waar. Het gebrek aan sturing heeft geleid tot chaos en tot schandelijke vormen van ongelijkheid tussen bedrijven en burgers en tussen burgers onderling – óók financieel.

Er is sprake van schrijnende ongelijkheid. Bedrijven, met name in de agrarische sector, hadden en hebben voordelen die burgers níét hebben: btw-teruggave, fiscale voordelen, subsidieregelingen, samen oplopend tot ongeveer 45% van de vierkante meterprijs voor dakvervanging. Derden (energiebedrijven) zijn bereid bij boerenschuren dakvervanging te betalen in ruil voor het plaatsen van zonnepanelen, maar niet bij particulieren. Bij een boerenschuur kost vervanging ongeveer €30,-- per m², bij een dak van asbestleien (zoals het onze) €250,-- of €300,-- of meer. Het maakt een groot verschil of een eigenaar in de ene gemeente woont of in de andere, in de ene provincie of andere, want er zijn grote verschillen tussen gemeenten en provincies in wat zij doen of niet doen voor hun inwoners met asbestdaken, materieel, immaterieel én financieel. Het is bijvoorbeeld ongewis of alle gemeenten gaan participeren in het fonds voor goedkope leningen waar het Rijk mee schermt.

Zijn al deze vormen van rechtsongelijkheid ten nadele van (sommige) burgers een kwestie van domme pech omdat hun huis op de verkeerde plek staat?

Neen, die zijn het resultaat van chaotisch beleid kenmerkend voor het asbestdossier, het gebrek aan duidelijke regievoering en discriminerende financiële mogelijkheden.

Rechtsgelijkheid en een billijke behandeling van particuliere eigenaren van asbestdaken is te bereiken op één manier die stoelt op twee pijlers:

  1. een helder overkoepelend plan met gelijke voorwaarden en mogelijkheden voor alle betrokkenen onder duidelijke regie van één instantie, en

  2. een schadeloosstelling die procentueel gelijk is aan de financiële en fiscale voordelen van (boeren)bedrijven.


1 Memorie van Antwoord Wijziging van de Wet milieubeheer (verwijdering asbest en asbesthoudende producten) dd 7 februari 2019, van staatssecretaris S. van Veldhoven-van der Meer aan de Eerste Kamer

2 Advies W14.16.0313/IV d.d. 09-12-2016

3 Spraakmakers, 25 december 2018.

4, 5 Nota naar aanleiding van het wetgevingsverslag van staatssecretaris S. van Veldhoven-van der Meer gedateerd 31-05-2018 aan de Tweede Kamer.